Over mij

Ik ben heidi. Ervaringsdeskundige in de GGZ.
Er is al heel veel over mij en mijn gekte gezegd en geschreven, maar nooit door mijzelf. In heel wat dossiers staan dingen die hulpverleners van mij vinden. Al vanaf mijn 19e. Ik ben nu 44, dus reken maar uit. Dossiers moeten vernietigd worden na een jaar of tien, maar ik geloof dat ze daar niet zo strikt in zijn. Ik heb er een paar láten vernietigen, dus daar zijn geen woorden meer van over, maar ga maar eens op bezoek bij mijn huisarts, daar vind je nog spannende avonturen van mij die 100 jaar geleden plaatsvonden. Al die verhalen stuurt hij graag mee als ik een nieuw verwijs aanvraag, dus hij compenseert alle vernietigde zinnen een beetje.

Ik zie wel eens een dossier in. Dat is niet zo’n goed idee. Om een of andere reden lees ik er nooit leuke dingen in. Er staat nooit: ‘Meisje heidi doet verschrikkelijk haar best’, of: ‘Ik vind haar eigenlijk best grappig’.
Nooit eens: ‘Wauw, wat kon ze dat mooi verwoorden!’, of: ‘Ze heeft echt een prachtig innerlijk!’

Er staat ook nooit: ‘Ze komt altijd ruim op tijd, ondanks dat ik haar altijd minimaal 10 minuten te laat ophaal’.
Nooit.

Er staat wel vaak dat ik een negatief zelfbeeld heb. Best gek dat ze dat geen zelfkennis noemen, want lezen in mijn dossier bevestigd eigenlijk altijd dat mijn zelfbeeld klopt.

Vaak lees ik: ‘Heeft een zeer beperkt sociaal netwerk’.
Nooit: ‘Reageert altijd lief, enthousiast en vaak op de statussen van haar vijftien Facebookvrienden.’ (Die ik verder bijna nooit zie, oké).
Of: ‘Heeft best veel Twittervrienden.’ (Die ik nog nooit heb ontmoet, oké).

Hulpverleners vinden diagnoses prettige dingen, dus die lees je er vooral. Ik denk zelf altijd: ik ben heidi!, maar die diagnose staat niet in de DSM. Ook niet in de nieuwste versie, terwijl mij toch inmiddels lijkt dat het veel werk zou schelen voor nieuwe hulpverleners.

Ik herken mezelf vaak niet in diagnoses en ik vind ze ook niet zo lief klinken. Psychiatrische diagnoses klinken sowieso nooit lief. Bij niemand. Ze doen andere mensen (of jouzelf) vaak schrikken. En sommige slechte hulpverleners (geloof me, ik heb er een paar ontmoet) checken nooit even welke kenmerken ik van die diagnose heb, maar gaan er gewoon vanuit dat ik ze allemaal heb.

Het is nooit MIJN verhaal wat opgeschreven wordt, het is altijd de versie die de hulpverlener hoorde of ervan gemaakt heeft.
Dat doet wat met me. Ik heb me al zo vaak niet gehoord gevoeld in mijn leven en als al die woorden (die in mijn beleving niet mijn waarheid zijn) dan weer naar nieuwe hulpverleners gaan, en gelezen worden als zijnde ‘de’ waarheid, dan voel ik me opnieuw niet gehoord.

Het is tijd dat mijn woorden ook eens opgeschreven worden.
Omdat de woorden van hulpverleners niet ‘de’ waarheid zijn, en/of omdat mijn waarheid óók de waarheid is.

Ik ben heidi, dat is het enige wat echt wetenschappelijk 😉 vastgesteld kan worden.
En als je meer over mij wil lezen, dan moet je dat hier doen.
Nergens anders.