Superwoman

Met haar fuchsiaroze cape en haar lange blonde krullen vliegt ze voorbij. Op hoge snelheid want er is altijd wel ergens iemand te redden.
Een kat in een boom. Een kevertje dat bij het mestrollen op zijn rug is beland en nu spartelend wacht op de dood. Een spitsmuisje uit de bek van een jonge speelse poes die van haar baasje speelgoedmuisjes heeft leren apporteren.
Heel veel tijd heeft ze niet. De wereld is groot en de wanhoop groter.

Ik zie haar regelmatig langs vliegen als ik voor het raam naar de sterren en de maan staar. Ze lacht, ze zwaait en soms is er zelfs tijd voor een knipoog.

0900-SUPERWOMAN is door iedereen te bellen. De hoogte van de nood wordt via de secretaresses van de vrouw met de fuchsiaroze cape ingeschaald en daar wordt desgewenst een passend pakketje hulp bij gezocht.
Soms is de juiste tijd verstreken en moeten de hulpvragen doorgeschoven worden naar de volgende ochtend of worden ze uitgesteld tot na het weekend.
En soms, als je het niet verwacht, komt Superwoman zelf te hulp geschoten.

Mijn hulpvragen zijn eigenlijk altijd dezelfde: zeg me dat het goed komt. Zeg me dat ik het goed doe. Zeg me dat ik er mag zijn.

Soms heeft Superwoman tijd om mijn vraag te verstaan. Dan zegt ze zacht dat alles oké is en dat ik rustig kan slapen. Soms zijn er teveel anderen te redden en zegt ze wat snelle zinnen en dat ze nog wel even zal zwaaien als ze weer langs vliegt.
Soms is ze er niet, al hoorde ik toch haar stem.
Het geeft niet. Er moet immers nog veel gereisd worden. Er moet nog hard gewerkt worden. Er moet nog veel worden liefgehad.

Ik kijk naar de sterren en de maan en hoop dat ze vannacht weer even langs vliegt. Dat ze de afslag van mijn dakraam niet mist. Ik hoop dat ze even zwaait en dat ik nog net kan roepen: ‘Dank je, je bent lief!’ Al hoort ze dat ongetwijfeld niet meer. Er zijn immers nog zoveel heldendaden te verrichten.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *