Het gebeurde 50 jaar geleden. Mijn moeder bleek zwanger van mij en dacht: ja maar hier heb ik niet om gevraagd!
Ik hoorde het op mijn vijftiende verjaardag: ik was een ongelukje.
Mijn moeder en mijn zus lachten er om, op dezelfde manier als toen ze me vertelden dat Sinterklaas niet bestond. En zo voelde het ook: Haha, heb je echt al die tijd geloofd dat je gewenst was?
Nou ja, nee, nu je het zegt. Was dát het dus?!
Mijn moeder kreeg een pakketje in handen dat onaf was, er leken stukjes te missen terwijl er van andere dingen weer extra veel was en het bleek allemaal ontzettend bewerkelijk.
Ze had me graag willen ruilen. Ik heb het haar met regelmaat horen zeggen: ‘Waar heb ik het aan verdiend om een kind als jij te hebben?’ ‘Waarom hebben we geen kind als X?’
Als ze maar had geweten waar ze aan begon. Als ze maar niet had geluisterd naar de vrouw die had gezegd dat ze juist blij moest zijn dat er een klein baby’tje in haar buik groeide, want hoeveel vrouwen wilden niet zwanger worden, maar werden het niet?
Als ze het allemaal had geweten, had ze me vast meteen weggegooid.
Of geweigerd aan de deur: ‘Nee, dat is voor de buurvrouw hiernaast en ik neem geen pakketjes voor anderen aan!’
Maar ze ontving me. En ontdekte al gauw dat er geen gebruiksaanwijzing in het pakket zat. Dat was jammer, want het was duidelijk een ander exemplaar dan de twee die ze al had en dus had ze een zwaar leven.
Ik deed mijn best, maar ik deed het altijd anders dan ze wilde en ik wist zelf ook eigenlijk niet hoe het dan wél moest. Soms wist ik het ook wel, maar lukte het gewoon niet.
Inmiddels begrijp ik het nog steeds vaak verkeerd (of helemaal niet). Als iemand vraagt hoe het gaat, denk ik dat die iemand wil weten hoe het gaat. Leugens om bestwil zijn de norm, niémand gaat er vanuit dat je altijd de waarheid spreekt, en in verreweg de meeste situaties is het veel wenselijker om ‘goed’ te zeggen als het slecht gaat. Dat wéét ik ondertussen, maar nog steeds heb ik moeite met die vraag. En dat is maar één voorbeeld.
‘Kom eens langs!’
Mensen blijken helemaal niet te willen dat je langs komt.
Ik ben altijd bang om het fout te doen en om door de mand te vallen. En met liegen val je toch sneller door de mand?
Mijn ouders zeiden: ‘Laat jezelf maar eens zien aan je vrienden, dan zal je wel merken dat niemand van je houdt!’
Ik ben altijd bang dat iemand er achter komt wie ik écht ben.
En dan niet meer van me houdt. (Als ze dat al deden.)
Het lijkt ook een waarheid te zijn. ik heb weinig vrienden. En mensen lijken me soms wel aardig te vinden, maar als ze me leren kennen haken ze toch meestal af.
Ik denk dat ik echt bij de buurvrouw bezorgd had moeten worden, een planeet verder. En ik vermoed dat daar géén (al dan niet ongeschreven) sociale regels zijn, maar dat iedereen gewoon is zoals hij/zij/hen is en dat dat gewoon goéd is. Dat daar ‘je best doen’ wél voldoende is. Dat je daar mag afwijken van de norm. Dat ‘anders zijn’ niet eens bestaat. Dat iedereen even lief gevonden wordt en dat iedereen evenveel aandacht krijgt.
Ik zou er graag heen willen, naar Planeet Hiernaast, maar ik ben ooit als pakketje verdwaald, dat is nog steeds zo en dat gaat niet meer veranderen.
Ik ben bijna 50. Het wordt tijd dat ik zelf ga accepteren dat ik hier nou eenmaal ben. Ik ga hier nooit helemaal passen. Ik moet het doen met wie ik ben.