Rijexamen vond ik echt het ergste examen van mijn leven. Ondanks dat ik het praktijk- en theoriegedeelte haalde, kreeg ik voor het onderdeel ‘Eigen verklaring’ een onvoldoende. Ik was in behandeling geweest voor een psychiatrische stoornis en dus moest ik naar een psychiater die zou bekijken of ik wel in staat was om veilig te rijden.
Op eigen kosten. 120 gulden destijds.
De psychiater zag er uit als of hij ver boven de pensioengerechtigde leeftijd was en in zijn praten klonk ook door dat hij ongeveer rond 1825 geboren was. Hij zei bijvoorbeeld dat hij aan mijn piercings kon zien dat ik psychiatrisch patiënt was.
Piercings.
Ik had ringetjes in mijn oor. Twee in één oor.
Oké, in de ander had ik er ook nog acht.
Maar hiermee bleek wel bijna iedereen die ik kende psychiatrisch patiënt te zijn en dat was wel weer een verfrissende gedachte.
Hij vroeg me of ik ziek, zielig of zondig was.
Eh, nou, geen van alle eigenlijk.
Jawel, ik moést kiezen!
Oké, eeh, ziek dan maar?
Ik bleek het juiste antwoord gegeven te hebben en hij gaf me toestemming om auto te rijden. Ondanks mijn piercings. Helaas keurde hij me maar voor een jaar goed, dus na dat jaar zat ik alwéér tegenover hem.
Uiteraard had ik al mijn oorbellen uitgedaan en hij keurde me (dus? je weet het niet) voor tien jaar goed.
Ik stapte weer op de fiets naar huis (want ik zou de komende tien jaar nog geen auto hebben…), en vroeg hem in gedachten: ‘Ben jij nou een pummel, een prutser of een pannenkoek? Je moét kiezen!’ *
*(Het juiste antwoorde is: Alle drie)