Ik zei tegen iemand: ‘Als ik in gesprek ga met mijn bazige buurvrouw, dan ben ik bang dat ik moet janken’. Ze zei meteen: ‘Dat moet je niet zeggen, want dan weet je zeker dat het gebeurt!’
Als ik zeg: ‘Die Máxima is echt een mooie vrouw. Ik zou best een beschuitje met haar kunnen eten’, is er niémand die tegen me zegt: ‘Dat moet je niet zeggen, want dan weet je zeker dat het gebeurt!’
En dat snap ik best, want je wil niet weten hoeveel tijd van mijn leven ik heb besteed aan verlangen naar dingen die ik uiteindelijk nooit heb gekregen en vast ook nooit zal krijgen.
Ik ben slecht in het ontvangen van de dingen die ik wil.
Maar als ik er blijkbaar verschrikkelijk slecht in ben om mijn eigen profetieën te vervullen, dan hoef ik toch ook niet bang te zijn dat ik weer ga janken als ik met mijn bazige buurvrouw in gesprek ga?
Behalve dan als je bang bent. Want als je bang bent, dan komt het ineens op een wonderbaarlijke manier uit. Ofzo.
Terwijl ìk denk:… als ik van tevoren weet dat ik zal kunnen gaan janken, dan heb ik A) een gezonde dosis zelfkennis, B) dan kan ik me erop voorbereiden en weet ik beter wat ik moet doen als het gebeurt en C) schrik ik er minder van als het daadwerkelijk gebeurt, want ik had het immers al verwacht.
Als ik me hardop afvraag waarom ik zelden de dingen krijg die ik graag wil, komt dat volgens dezelfde mensen omdat je er wel echt in moet geloven. Je moet vertrouwen hebben en wéten dat het gaat gebeuren.
Maar, als ik er helemaal vanuit ga dat ik ga janken en me daar helemaal op instel, als ik weet hoe ik daar op ga reageren, dan ga ik waarschijnlijk niét janken.
Misschien moet ik wel gewoon veel banger zijn voor leuke dingen.
Wat is het toch een angstaanjagende gedachte om met Máxima een beschuitje te moeten eten!