Het idee dat het leven maakbaar is, maakt hoopvol.
Of depressief.
Alle zelfhulpboeken laten je geloven dat, als je maar de juiste gedachten hebt, àl je dromen uit kunnen komen.
Alle hulpverleners willen je doen geloven dat je je vooral kut rot voelt omdat je de verkeerde dingen denkt. Sommigen wilden me laten geloven dat geen enkele vervelende gedachte klopte, en als ik dat maar inzag en er een helpende gedachte voor in de plaats zou zetten, dan: voila, had ik een prachtig leven!
Voor iemand met een hoofd zonder stopknop zijn dat geen prettige methodes.
Het is niet aan me te zien of aan mijn successen in het leven te merken, maar ik ben 24/7 bezig met mijn gedachten onder de loep te nemen.
Proberen aan prettige dingen te denken. Om òm te denken. Met affirmaties te werken. Kijken of mijn negatieve gedachten wel kloppen. Ik zeg hele rijtjes woorden met een voor mij positieve lading op. Ik bedenk waar ik dankbaar voor ben. Ik probeer niet te luisteren naar een boze stem in mij. Ik probeer niet te oordelen. Ik probeer te kijken naar dingen die ik leuk vind aan mensen, ondanks dat ik het hele nare mensen vind. Ik lees boeken en bezoek websites over hoe ik mijn leven mooier kan maken. Over hoe mijn wensen uit kunnen komen.
Ik ben echt heel erg geoefend, maar tot dusver heb ik belachelijk weinig succes en wil ik mijn geld terug.
Ik ervaar mijn leven als zwaar. Ik heb weinig levensenergie en ik moet mezelf forceren om dingen te doen. Het lukt me omdat ik veel wilskracht heb èn omdat ik zo graag wìl dat mijn leven maakbaar is!
Ik ga er dus op uit. In mijn eentje. Ik doe dingen. Ik máák soms zelfs dingen. En ik kruip (meestal) niet onder mijn dekbed, terwijl ik dat wel het liefste zou willen.
(En dan zit je dus gedoucht en wel tegenover je hulpverlener en vertel je dat je somber bent en je eigenlijk niet wil leven.
Die gelooft dat niet.
Been there.)
Als je echt heel somber bent of echt heel angstig, is je gedachten op een rijtje krijgen gewoon onmogelijk. Je kunt vechten wat je wilt, maar het lukt gewoon niet.
Op dit moment geloof ik dat het enige wat mij helpt is om al die methodes over maakbaarheid de vuurkorf in te gooien en alleen maar adem te halen.
Want alleen de momenten dat het me lukt om niet te vechten tegen de negatieve gedachten en gevoelens, en ze niét probeer te veranderen, ervaar ik een bepaalde mate van rust.
Alleen als ik tegen mijn hoofd zeg dat alles goed is wat ze denkt, ook de negatieve gedachten, en als ik ook kan voelen dat het zo prima is, kan ik zuchten van verlichting.
Ik hoef niets meer te ‘maken’. Alles is zoals het is.
Ook als het leven extreem kut heel erg vervelend is.