Ik ben al 25 jaar afgekeurd, maar heb altijd geprobeerd om weer aan het werk te komen, of in elk geval nuttige dingen te doen voor de maatschappij. Ik heb veel verschillende soorten vrijwilligerswerk gedaan, maar ook een opleiding gevolgd en voor die opleiding (betaalde) werkplekken gehad en stages gelopen. De opleiding was érg leuk en ging me goed af, maar de stages waren altijd erg stressvol. Ik deed hard mijn best, maar net zo makkelijk meekomen als mijn mentaal gezonde collega’s lukte me niet. Ik was sneller uit het veld geslagen en had moeite om alle prikkels te verwerken. Het kostte me (te)veel energie.
Vrijwilligerswerk zorgde meestal voor minder stress en ik had ook minder last van geldingsdrang. Ik hoefde minder hard mijn best te doen, mocht mindere dagen hebben en had weinig verantwoordelijkheid. Dat gaf veel rust. Soms werkte ik op een erg prettige plek en was het echt mijn ding. Soms was het eigenlijk te zwaar en kostte het me veel energie. Soms was het werk niet perse leuk, maar kwam ik er toch graag voor een daginvulling of voor het onder de mensen zijn.
Het hing ongetwijfeld ook af van mijn gemoedstoestand. Leuk werk doen tijdens een depressie is minder succesvol dan saai werk doen tijdens een goede periode.
Op mijn laatste vrijwilligerswerkplek had ik mezelf enorm in de weg gezeten met allerlei psychotische- en dwanggedachten. Ik moest zo mijn best doen om er (voor mezelf) te mogen zijn, dat het geen prettige daginvulling meer was. Het gevoel nuttig werk te doen en iets voor de maatschappij te mogen betekenen, woog niet meer op tegen hoe vervelend ik me voelde en hoe hard ik moest vechten om stabiel te blijven. Na afloop moest ik altijd zo lang bijkomen dat het me eigenlijk niets positiefs meer bracht.
Rond dat moment besliste het UWV dat ik echt heb laten zien dat ik graag wil werken, maar dat ze begrepen dat ik de meeste kans heb om stabiel te blijven als ik stop. Ik werd duurzaam afgekeurd.
Ik mág nog steeds wel werken, en ik wíl het ook, maar 25 jaar in meerdere of mindere mate gevochten te hebben met mezelf om toch maar nuttig te zijn voor andere mensen, maakte dat ik besloot te stoppen. Relatief stabiel zijn is echt fijner dan continu op mijn tenen lopen en hopen dat ik niet weer depressief of psychotisch word.
Ik stopte dus met vrijwilligerswerk, maar ook met de gedachten: ‘Wat zou ik nog voor werk kunnen doen wat bij me past? Kan ik nog een opleiding volgen? Is er nog een leuke cursus die ik kan doen waarmee ik nog iets kan doen?’
Het was raar om daar niet meer over te hoeven nadenken.
Ik stond er helemaal achter, ik voelde dat het echt het beste voor me was, maar ondanks dat, ben ik er zeker een jaar verdrietig over geweest. Het leek een soort rouwproces.
Ik deed aanvankelijk heel veel in mijn huis. Had het idee dat ik eindelijk toekwam aan dingen die al jaren nodig waren. Een overvolle zolder opruimen. Allerlei klusjes die al lang lagen te wachten. Ik had er ineens de energie voor.
Maar na een jaar was mijn energie op. Ik werd somber en vroeg me af waar ik het eigenlijk voor deed. De stemmen in mijn hoofd bleven roepen dat ik niets beteken zolang ik niets doe voor de maatschappij.
Inmiddels ben ik bijna twee jaar verder en doe ik af en toe een training bij Enik Recovery College. Het is fijn om onder gelijkgestemden/peers te zijn en ik leef er helemaal van op. Ik ben meer voor mezelf aan het schrijven en hoop dat ik af en toe mijn ervaringsverhalen kan vertellen. Niet als werk, maar gewoon omdat het fijn is om verhalen van elkaar te horen en te weten dat je niet alleen bent.